De lancering - Ik kom terug #2


Geplaatst op 2 juli 2012

Ik wil net gaan ontbijten als de telefoon gaat. Het zijn de verhuizers. Ze kunnen ons huis niet vinden. Eenmaal voor het hek geleid, blijkt de inrit te smal voor hun wagen.

Ik wil net gaan ontbijten als de telefoon gaat. Het zijn de verhuizers. Ze kunnen ons huis niet vinden. Eenmaal voor het hek geleid, blijkt de inrit te smal voor hun wagen. Maar we hebben nog een ingang. Er moet gemanoeuvreerd worden. Ik temper het verkeer dat van de berg omlaag dendert. Een motorrijder remt, slipt, slingert en gaat onderuit. Vonkend schuift zijn machine op me af. In een flits weet ik over het moordende gevaarte te springen. Maar daar komt de motorrijder zelf aangegleden. Een sliding alla Pepe. Gestrekt been, 80 km per uur. Pang zegt mijn kuit. Een rode kaart blijft uit.

Daar liggen we. Ik in de berm, bij kennis. De dader voor me op de straat ademt grommend. Hij beweegt niet. Bloed stroomt uit zijn mond. Als hij na enkele minuten bijkomt, vraagt hij me wat er is gebeurd. Sono sono medico (Ik ben dokter) herhaalt hij steeds maar weer. Hij is in shock. Even later scheidt hij de hoofdzaken weer van bijzaken. Waar is mijn Rolex, zo komt het geheugen van de Italiaan op gang.

Verhuizen doe je niet elke dag, het is iets speciaals, en dat wordt ons langzaam duidelijk.

Mijn vrouw staat er alleen voor en begint vrienden te bellen. Hulptroepen. Want de verhuiswagen moet vol. De motorrijder en ik worden in twee ambulances afgevoerd naar de eerste hulp van het ziekenhuis in Frascati. Op de lange wachttijd na en het gevloek van het personeel over de bezuinigingen loopt alles voorspoedig. Diagnose: ingescheurde kuitspier, risico op afscheuren. Gips van lies tot teen is het behandeladvies. Ik krijg een bandage, omdat ik nog moet vliegen. Het risico op een stremmende bloedsomloop is te groot.

Op krukken stap ik uren later uit de gekoelde auto de verzengende hitte in. Verhuizer Marco ziet er niet best uit. Hij zoekt trillend steun tegen de muur van ons huis. Er is alweer een ambulance onderweg. Marco’s lichaam is totaal verkrampt. Hij kan alleen nog maar stilstaan. Zitten lukt niet. Zijn benen en vingers trillen en steken. De ambulancebroeders constateren zware uitdroging na uren dozen sjouwen bij 40 graden Celsius. Nadat een infuus is aangelegd wordt ook Marco afgevoerd.

Verhuizen doe je niet vaak, maar het is wel speciaal.

Als het donker is en het huis eindelijk leeg, biggelen dikke tranen over de wangen van ons buurmeisje Arabella. Onze jongste van vier schrikt ervan. Ineens lijkt het kwartje ook bij haar te vallen. Het is niet normaal dat een huis wordt leeggehaald. Snikkend op de achterbank rijdt ze mee naar vrienden Luigi en Nidia waar we de laatste Italiaanse nacht doorbrengen.

Twaalf uur later landen we in Rotterdam. De stewardess heet ons hartelijk welkom op de ,,met zon overgoten” luchthaven waar we meteen leren dat zonnig een relatief begrip is. Ze wenst ons een veilige thuiskomst. Per vliegtuiglift zak ik het vaderland in. Birillo, de Latin Lover die zo graag bij onze dwergsnautzer Nienke is, kwispelt. Het is hem gelukt. Hij heeft ook ons verleid. Hem wacht net als ons een nieuwe toekomst in Nederland.

De columnreeks 'De Terugkeer' werd uitgezonden in het radioprogramma ,,Met het oog op Morgen”.