Oranjehelden

Na zes weken op waterig Hollands zeeniveau moet ik echt omhoog. Ik wil een vergezicht: terug naar het niveau van de heuvels rond Rome waar we tien jaar woonden en neerkeken op de eeuwige stad.

De op een na hoogste toren van Nederland biedt soelaas. Die van de Nieuwe Kerk in Delft. Samen met mijn middelste dochter ga ik op pad. Maar niet voordat ik haar heb voorgesteld aan de vader van haar nieuwe vaderland, Willem van Oranje, die beneden in het vercommercialiseerde godshuis ligt.

Wie wil integreren, moet zijn kinderen voorstellen aan de nationale helden. Zoveel heb ik wel geleerd van de woeste inburgeringdebatten, die zich hier te lande de afgelopen tien jaar tijdens onze afwezigheid hebben afgespeeld. Als remigrant doe ik dus mijn plicht. En ik voel me nog eens extra aangemoedigd door de Olympische oranjeorgie die door Mart Smeets deze dagen vakkundig naar een hoogtepunt wordt begeleid.

Tijdens ons herbronningsritueel aan het graf van Willem doe ik een ontdekking. Overstappen van de ene op de andere held, van de ene Vader des Vaderlands op de volgende valt mee. Het is veel eenvoudiger dan verwacht.

Van Rome naar Delft betekent dit switchen van Julius Caesar naar Willem de Zwijger. Van de veldheer die in een vloek en een zucht heel Gallië onder de voet liep naar de man die op elfjarige leeftijd – zo oud als mijn dochter – het prinsendom Orange, vele landerijen in de Nederlanden en een prinsentitel erfde.

Beide helden stonden aan de basis van een nieuw rijk. Beide werden ze uiteindelijk vermoord. En of je moordenaar nu Brutus of Balthasar Gerards heet – dat maakt in de ogen van mijn te herprogrammeren kind in ieder geval niet zo gek veel uit.

Veel interessanter dan al die heldhaftige grootdoenerij van keizer en prins is in de ogen van mijn dochter het hondje van Willem de Zwijger. Het zit aan het voeteneinde van Willems voor Romeinse begrippen wat krakkemikkig praalgraf. Dochterlief wil alles weten over de heldendaden van de hond. Hoe het beest zijn meester redde van de eerste moordaanslag. Hoe het zou hebben geweigerd te eten, nadat Willem in 1584 echt werd vermoord. Hoe het zes dagen later de hongerdood zou zijn gestorven uit trouw aan het baasje.

We klimmen omhoog op weg naar vergezichten. Passeren Spaans-, Duits-, Engels- en Italiaanstalig toeristen-gepuf. Mensen die deze dagen allemaal hun Olympische helden toejuichten en zagen gloriëren.

We kijken neer op stad en land, zien Rotterdam en Ikea, worden duizelig, en dalen af. Beneden vieren we allebei onze eigen heldendaden. Ik juich, omdat ik de 376 treden naar een van ‘s lands mooiste vergezichten zes weken na onze tumultueuze verhuizing weer zonder pijntje weet te nemen (zie hieronder de lancering). Dochterlief is blij dat ze de geschiedenisles van pa vrouwhaftig heeft doorstaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *